Woodstock40: 3 Days of mud, famine and mess

augustus 15, 2009

woodstockregen

Tussen alle Woodstock hosanna ook maar even de andere kant van het verhaal, een link naar een Duits artikel en een link naar een Engels verhaal op ‘Swanfungus’.

Ik weet ook wel dat voor de meeste aanwezigen het festival een groot drama was, 3 dagen regen, honger en smeerboel, om over de verkeersopstoppingen en de daarmee gepaard gaande vertragingen nog maar te zwijgen. Dat openingsact Richie Havens 3 uur lang optrad met 7 toegiften was niet omdat hij of het publiek er zoveel zin in hadden, maar omdat er geen artiesten voorhanden waren, die waren allemaal in de file blijven steken.
Met helicopters moesten die eruit gepikt worden en ingevlogen, net zoals het leger met helicopters noodvoorraden en medische hulp moest invliegen. Het leger, waartegen het festival zogenaamd een protest zou zijn.

Iedereen snapt dat zo’n festival met een winstoogmerk georganiseerd wordt, dat het uiteindelijk gratis werd was door de enorme toestroom die gewoon over de hekken klom, de organisatie had het gewoon niet meer in de hand.

Toch is het voor mensen van mijn leeftijd een ijkpunt, ik was nog maar 11, toen hier de hype een beetje doorbrak 12, en net zoals kinderen van die leeftijd nou gek zijn met Idols werden een deel van de artiesten die daar optraden mijn idolen.
Het geheugen van mensen zit trouwens wel wonderlijk in elkaar, want veel van mijn leeftijdgenoten roepen nu dat ze altijd zo gek waren met ‘de muziek van toen’, die veel beter zou zijn dan die van nu, Pink Floyd bijvoorbeeld is zo’n groep waar iedereen (in retrospectief) van hield. Nou kan ik me herinneren dat Pink Floyd in die dagen nog heel ontoegankelijke progrock maakte, te horen op bijvoorbeeld Ummagumma, dat de meeste van de bands op Woodstock helemaal niet tot de Top40 muziek hoorden, en dat diezelfde mensen die nu beweren dat ze daar zo gek mee waren toendertijd luisterden naar Middle of the Road (dat was ook een band met die naam met het onvergetelijke ‘Chirpy Chirpy Cheep Cheep’), de Archies of de Shuffles.
Tegenwoordig wordt er ook hele goede muziek gemaakt, alleen is dat (nog) geen mainstream, als je de Top40 uit die tijd bekijkt wordt je ook niet vrolijk, een paar uitzonderingen daargelaten bestaat het grootste deel uit pulp, die tegenwoordig voor het grootste deel (terecht) vergeten is.


ppl allways talking about the quality of the music in the 60’s & 70’s compared to low quality nowadays, but when I look back to hitparades back then I don’t see the difference…

Een ander ijkpunt in 1969 (voor mij) is het verschijnen van het CBS-verzamelabum ‘Fill your head with rock (the sound of the seventies)’ , waarmee ik voor het eerst in aanmerking kwam met een aantal groepen waarvan een deel ook weer opduikt op Woodstock.

Al mag het hele Woodstock gebeuren zwaar overgeromantiseerd zijn, het had wel degelijk impact. En dat het bijna allemaal B-groepen waren (op het moment van het festival) volgens het Duitse artikel vind ik nou niet bepaald een reden om over een ‘Media-swindle’ te spreken, dat is juist één van de redenen waarom de ‘zwendelaars’ zo trots zijn, dat door de plaat en vooral de film tot dan toe obscure bandjes als Santana in één keer doorbraken tot de wereldtop.

Maar voor de rest staan er wel weer een paar aardige conclusies in het artikel, en het stukje op ‘Swanfungus’ is behalve deels terecht ook gewoon grappig.

Woodstock-Ticket
the top ten reasons why woodstock sucked | Medienschwindel | Fill your head with Rock

Advertenties

3 Reacties to “Woodstock40: 3 Days of mud, famine and mess”

  1. Dag mister Pitz!

    dank voor je item over het festival der festivals der festivals. Woodstock is aan mijn ouders voorbij gegaan als de Hollandse Opstand aan een Chinese familie. Het hippiefestival uit 1969 is voor hen niet het merkteken zoals dat voor veel van hun leeftijdgenoten in de geest gebrand staat.
    Mijn ouders kwamen niet uit het juiste milieu om te freaken, te demonstreren en naar popfestivals te gaan. Ze werkten om hun brood te verdienen en een klein gezin te stichten, punt uit. Ze zijn nooit in de positie geweest om te genieten van een éducation sentimantale (evt.: vertaling = vrije leerschool), zoals de Amerikaanse dochters en zonen die naar het New-Yorkse plaatsje Bethel liftten. Bovendien zaten ze te ver af van de ketel om het water te zien koken. Toen ik onlangs aan mijn ouders vroeg of zij zich iets van Woodstock konden herinneren antwoordde mijn moeder: “Woodstock, Woodstock…was dat niet een popgroep?”
    Pat Boone, Paul Anka, Tom Jones, Freddie Quinn, dat waren de zangers wiens stemmen mijn ouders koesterden, en waarvan de hits en Schlagers tot ver in de jaren zeventig op cassettebandjes werden gedraaid. Het nieuwe decennium, dat zich zo exuberant had aangekondigd op Woodstock, bleef voor ons op een vreemde wijze nog onaangebroken. Met muziek van de helden van het “festival der festivals” maakte ik pas kennis aan het eind van de jaren tachtig, via de uitleendienst van een gele bus vol met platen, die eens per week op de middelbare school voor kwam rijden. De bus, zelf een relikwie uit het era van Ken Kesey en Timothy Learey, stelde mij in staat om in korte tijd een vertraging van een kleine twintig jaar goed te maken.
    Inmiddels was het festival tot een legende geworden, een legende die door de leraren werd doorverteld, en door de leerlingen levendig werd gehouden door in rockbandjes het repertoire van Joe Cocker en Janis Joplin te spelen. Wie naar de verhalen van sommige docenten luisterde, kon niet anders dan concluderen dat Woodstock wel het claustrum moest zijn van die tot de verbeelding sprekende periode van culturele en politieke omwentelingen: de jaren zestig. Woodstock was het onbetreedbare, het allerheiligste en het hoogtepunt ineen. Het was net als met de revolutie van mei en de bezetting van het Maagdenhuis; wie daarover kon vertellen, die had iets meegemaakt. Ook de beroemde Woodstock-film die een jaar na het festival uitkwam heeft tot de legendevorming bijgedragen. De film heeft in ieder geval geen afbreuk gedaan aan Woodstock’s reputatie. En dat is opvallend, want de film is niet alleen voedsel voor nostalgici, maar ook een historische bron voor hen die het juist allemaal niet hebben meegemaakt. En zij die het niet hebben meegemaakt, hebben in principe geen reden om de jeugd van hun ouders te verheerlijken.
    Het imago van de massale happening is totnogtoe wonderwel intact gebleven. Misschien dat dit binnenkort verandert, na alle overkill aan attentie voor het zilveren jubileum en de twee even schaamteloze als ridicule herdenkingsfestivals in Amerika. Filmmaatschappij Warner zou zich wel eens in de vingers kunnen snijden door ook nog eens een nieuwe versie van de documentaire uit te brengen die veertig minuten langer duurt (bijna vier uur, pfff!). Kort geleden zag ik de oorspronkelijke film voor het eerst. Met hetzelfde gevoel van opwinding en schaamte als waarmee je eindelijk een boek openslaat dat iedereen al gelezen lijkt te hebben (Het dagboek van Anne Frank, Ulysses van James Joyce), stopte ik de cassette in de videorecorder. Drie uur later haalde ik hem er, met de duizel in mijn hoofd, weer uit. Regisseur Michael Wadleigh en zijn assistent Martin Scorsese zijn er in ieder geval in geslaagd zoveel mogelijk van de psychedelische ervaring die Woodstock geweest moet zijn, via hun montage over te brengen. Bijna voortdurend word je gedwongen door een gespleten venster te kijken, waarin verschillende dingen gebeuren. Wie de documentaire uitzit, ziet drie uur lang dubbel. Maar gaf de film me ook een gevoel van plaatsvervangende nostalgie? Kreeg ik het idee dat ik iets grandioos gemist had, dat het zelfs zonde, zo zonde was dat ik niet eerder was geboren? Nou, nee. Wel voelde ik een vreemde soort van verwondering, die tot het eind van de tape bleef duren. Verwondering om de bonte pluimage van bezoekers en artiesten; de rafelige vleugeltjes aan ieders armen, de wilde overdaad van een decadente souldominee als Sly & the Family Stone, met zijn roze bril, zijn glitterpakje en het onhandig grote hammond-orgel met de ontelbare knopjes waaraan hij manisch plukte.
    Het leek of werkelijk alles in die tijd verblindend moest zijn, een prikkel voor de zintuigen. Op het oog van nu komt het hele festival over als een overgedecoreerde, Fellini-achtige film waarin sommige angelsaxen vaak net iets te gretig acteerden; zoals Pete Townshend van The Who; de wijze waarop hij zijn gitaar kaduuk sloeg en hem het publiek in wierp. Zoals ook de Amerikaanse jongen wiens gezicht zo rood zag van het hyperventileren tijdens de massale kunduenni yoga-meditatie (‘ook via het ademhalen kun je high worden’, beloofde hij), dat zelfs de honden begonnen te blaffen.
    Verwonderd was ik bovendien vanwege de soms aan krankzinnigheid grenzende naïviteit van bezoekers en organisatoren. Klassiek is wat dat betreft de opmerking van de man die de microfoon nam toen er een storm opstak en met een van enthousiasme overslaande stem suggereerde dat hij met hulp van de rest wellicht de regen kon doen ophouden. Het publiek brulde daarop in extase: “Yeah! No rain, no rain, no rain!” Als kijker, die ziet hoe het steeds harder begon te gieten, voel je vooral gene. De bezoeker destijds echter moet het evenement doorleefd hebben als een soort van mystieke ervaring, een mirakel. Niet voor niets omschreef een van de hippies het festival voor de camera als “een bijbels, episch, ongelooflijk schouwspel. Can we dig this?”
    Wat voor iemand van mijn leeftijd (en ik zal niet veel ouder zijn, schat ik, dan de meeste jongeren die destijds het festival bezochten) maar moeilijk te vatten is, dat is de lijzigheid waarin alles en iedereen drie dagen lang was ondergedompeld. Het was allemaal zo zacht, lief en relaxed dat je er als kijker bijna agressief van zou worden. Natuurlijk komt het ook door het vele hasj- en LSD-gebruik waardoor de sfeer nogal zweverig werd, maar ik kan niet aan de indruk ontsnappen dat de bezoekers tot een generatie behoorden die nogal verwend was. De jeugd had duidelijk vrijaf genomen, en dat zou niet eens zo gek zijn als zij ook niet alle vitalisme met de eigen wil zou hebben doorgeslikt. Wat dit voor gevolgen kon hebben werd ook hierbij met de regen en de modder pas duidelijk. Iedereen liet de stortbui (die zeven uur lang aanhield) gewillig over zich heenkomen. De regen werd zelfs domweg genegeerd, met een volharding van sekteleden die niet willen geloven dat hun leider is overleden. Op dwingende wijze werd iedereen gesommeerd lief en happy te blijven, ondanks het feit dat men tot op het bot doorweekt was en rilde van de kou. Een jongen die, druipend en klappertandend, liet merken dat hij genoeg had van deze “vuilbelt” werd dwingend terecht gewezen door omstanders die hem toebeten dat de regen juist “cool” was en “een extra attractie” vormde. De daaropvolgende scènes waren van de allergrimmigste ironie. In korte tijd veranderde het peace & love spektakel, bedoeld als een teken aan het oorlogvoerende Amerika van hoe het ook anders kon, in een klein Viëtnam. Plastic dekzeil werd over bezoekers heengetrokken, iedereen raakte besmeurd met modder, het leger werd ingeroepen om de legionairs te voeden, en dit alles voor het spookachtig invallen van de duisternis en met op de achtergrond het eindeloos geratel van Sikorsky-helicopters. De twee halucinerende hippies, die beweerden “vijandelijke vliegtuigen” te hebben gezien die een verdelgingsmiddel boven de meute uitstortten, zouden zonder moeite hebben gepast in oorlogsprodukties als Platoon of Apocalypse Now. Ik wreef in mijn ogen. Was dit werkelijk Woodstock? Maar in tegenstelling tot een echte oorlog, of een festival als Altamont (1970), waar de boel totaal uit de hand liep en hell’s angels een bloedbad aanrichtten (de opnames hiervan zijn te huur bij horror-videotheken), zijn er tijdens de drie dagen in Bethel geen doden door geweld gevallen. Wel is er onverhoopt een aantal baby’s geboren. Zanger John Sebastian droeg een van zijn liedjes op aan zo’n pasgeborene. Samen met de uiterst vermakelijke commentaren van omwonenden, boze boeren en vaders, die door de film heen gevlochten zijn, krijgt Woodstock aldus het karakter van een grote generatie-opera.
    Niet alle commentaren van ouderen waren trouwens negatief. Er waren er ook die een poging deden om de cultuur van hun kinderen te begrijpen, sommigen gaven zelfs openlijk blijk van hun waardering voor de sfeer waarin het festival plaatsvond. Zoals boer Max Yasgur, op wiens terrein de half miljoen bezoekers waren samengedromd. Terwijl zijn buurman klaagde over de “shitty mess” en de koeien die van schrik geen melk meer gaven, sprak Yasgur zijn bewondering uit voor de organisatie en het gevoel van saamhorigheid onder de bezoekers.
    En inderdaad. Ook vijfentwintig jaar later dwingt Woodstock ondanks alles nog respect af. Vanwege het enthousiasme en de generositeit van organisator Michael Lang die zich, met zijn besluit om het festival vrij te geven (gratis entree), het faillisement indreef. Maar ook vanwege de kalmte en onverzettelijkheid waarmee de bezoekers, tegen alle verontwaardigde protesten vanuit heel de Verenigde Staten in, hun eigen ritueel ten uitvoer brachten. Als je weet dat er telefonische verzoeken zijn geweest om een atoombom op het festivalterrein te mikken zodat het land in een slag van al het “langharig tuig” bevrijd zou zijn, dan krijgt het rockfestival terecht iets heroïsch.
    Ter plekke groeide Woodstock, ondanks de regen, uit tot een experiment op een schaal zoals er in de jaren zestig nog nooit geweest was. “Dit is echt een keerpunt. Een begin”, hoorde ik in de film iemand zeggen tegen Wadleigh. “Dit is de op een na grootste stad van New York, man. En geen politie, geen leger, geen gevechten, geen criminaliteit. Je ziet hoe deze cultuur en deze generatie zich afscheiden van de andere cultuur. Deze generatie functioneert autonoom. Iedereen helpt iedereen, en het werkt! Dit is de manier waarop we verder moeten als we terug gaan naar de cities.” Dat het experiment buiten Bethel niet heeft gewerkt doet aan de waarde ervan niets af.
    Als deze film iets duidelijk maakt, dan is het wel dat iedere jonge generatie zijn eigen vrijheid probeert te verwerven. Een psychedelisch vredesconcert was de manier waarop de babyboomers grootgeworden in de jaren zestig die vrijheid uitbundig wilden vieren. Hun gefreak, hun lijzigheid had duidelijk een provocerend karakter. Daarbij streden ze niet alleen tegen de ouderen en hun starre werkethos, maar ook tegen niet-begrijpende leeftijdgenoten. Voor velen (waaronder mijn ouders) heeft Woodstock immers nooit plaatsgevonden.
    De sfeer, het decor waartegen het festival in 1969 zich afspeelde is mij vreemd. Maar wat intentie betreft zie ik duidelijk overeenkomsten met de megafestivals die nu door de jeugd worden georganiseerd, en die nog steeds evenveel tegenwerking krijgen van pers en publiek als de hippiecultuur vijfentwintig jaar geleden. Ik bedoel de house-party’s en de raves die in het hele land wekelijks door enkele honderdduizenden worden bezocht. House is een eigen cultuur geworden, een nieuwe vrijheid die jongeren zich proberen te verwerven, meer nog dan vijfentwintig jaar geleden met een volstrekt nieuwe dansmuziek als pijler.
    De cultuur van het hippiedom bestond eruit een spirituele waarde toe te voegen aan de rationele, westerse geest. Niet voor niets was de sitarspeler en Indische wijsgeer Ravi Shankar een van de eregasten op Woodstock. Het doel werd nagestreefd via een “déreglement de tous les sens”; drugs en popmuziek vermengd met een overdoses geklets over oosterse filosofie. In de house gaat het om de trance, het “kristal”, een tijdelijke bevrijding van de rationele geest door urenlange (soms dagenlange), opzwepende dansfestijnen. De lijzigheid van Woodstock heeft plaatsgemaakt voor een razendsnelle vitaliteit, kenmerkend voor de jaren negentig. Hasj en LSD, de parafernalia van de jaren zestig-tegencultuur, zijn vervangen door speed en XTC. De saamhorigheid die zo kenmerkend was voor Woodstock, is op een houseparty evenzogoed aanwezig. Alleen wordt er in plaats van samen getript, vooral samen gedanst. Wat de muziek betreft, waar het destijds toch allemaal om was begonnen, daar blijft bij het zien van de film nog het minst van hangen. Een anachronistische blik kan mij als twintiger daarbij niet ontzegd worden, want ik kan niet anders dan haar effect afmeten aan de muzieksoorten (hard-rock, punk, reggae, new-wave, heavy-metal, techno, house en grunge) die nog niet bestonden toen Crosby, Stills & Nash hun close-harmony balladen zongen, of toen Joe Cocker de Beatles coverde. De enige twee die indruk op me gemaakt hebben zijn Richie Havens, die het bloed aan zijn vingers speelde, en Jimi Hendrix, met zijn lugubere uitvoering van The Star Spangled Banner. Joan Baez, Ten Years After, Sha Na Na, John Sebastian, Arlo Guthrie, het kan niet anders dan dat hun faam en aantrekkelijkheid zeer tijd- en momentgebonden zijn geweest. Hun muziek is verdwenen in een put waaruit geen echo meer weerklinkt.
    De scène in de film die me het levendigst is bijgebleven, heeft dan ook niets met de muziek te maken. De scène is als volgt: in de film zie je een man verschijnen van de reinigingsdienst. De man is kalend, hij zal begin vijftig zijn, en hij draagt een overall met verschillende scheuren. De man is bezig om de veldtoiletten (van het merk port-o-san) te verversen. Hij zuigt de stront en urine uit de bassins op met een slang die is aangesloten op een tankwagen. “Het is fijn om wat te kunnen doen”, zegt hij tegen de interviewer. “Mijn jongste zoon van negentien is hier ook, ergens op het terrein.” De man zegt het niet met afschuw, maar met trots. “Mijn oudste zit in Vietnam”, gaat hij verder. “Hij is helicopterpiloot.” Op dat moment maakt een hippie zo stoned als een gerookte paling een van de toilethokjes open. Wazig staart hij in de camera, hij haalt zijn broek op. Hij biedt de cameraploeg een trekje van zijn hasjpijp aan. De man van de reinigingsdienst is inmiddels in zijn tankwagen vertrokken, het terrein op, op zoek naar andere port-o-san toiletten. De man zou de vader van de hippie met de pijp kunnen zijn. De vader die de stront van zijn zoon ruimt. De vader die trots is op zijn kinderen die hij in welvaart heeft grootgebracht. De ene zoon staat op het punt om te gaan studeren. Hij wacht op de helicopters die op het festival droge kleren en bloemen naar beneden werpen. De andere is in Saigon stront aan het ruimen voor de Zuid-Vietnamezen. Hij werpt soldaten en bommen uit over het landschap. Alles uit naam van saamhorigheid, en een betere wereld.

    © Serge van Duijnhoven

    • pitzwolken said

      ik ben zeer vereerd. De uitgebreide reactie op het 3 dagen modder etc. verhaaltje ga ik waarschijnlijk integraal posten (natuurlijk wel met bronvermelding) ondanks het ©-tekentje. Zo ben ik wel… (staat wel als reactie er bij maar ik vind het een heel mooi stuk – iets zegt me dat je dat niet speciaal als reactie op mijn blogpost hebt geschreven…¿ – whatever)

      Voor de goede orde wil ik nog wel even vermelden dat ik over veel van de muziek op Woodstock vol lof ben, daarom zou ik er niet zo uitgebreid op in gaan.
      En dan heb ik weer een heel verhaal in m’n hoofd over de gebeurtenissen toendertijd (Vietnam, Biafra, Robert Kennedy & Martin Luther King †, Charles Manson met de ontkenning van alles wat leuk & aardig was, etc. etc.) – en zo’n Woodstock was natuurlijk het ideale overdrukventiel.

      Ik ga nog 1,5 dag verder allerlei Woodstock-verwante filmpjes/verhaaltjes te posten, daarna kom ik je ongetwijfeld wel tegen op facebook –

  2. karen todd said

    I am happy to be a product of the 60’s- a flower child..a hippie at heart- when… in the spirit of the message of what went out then? are the things that people long for and are seeking now- Peace – Love – an end to War and Tyranny….though we have different parents you and I and that we live in different corners of the globe- we are all brothers and sisters under the skin- we need to learn to love and to help each other during the short time we have to leave our mark on the planet and on each other……..this is what Woodstock brings to my mind- that on those 3 days- through music- everyone spoke the same language…..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: